Naar aanleiding van het signaal dat bij het gebruik van een drietal ionisatietechnieken ter vermindering van fijnstof in pluimveestallen het risico op een stalbrand mogelijk zou toenemen, heeft de minister van LNV afgelopen zomer opgeroepen deze technieken uit te zetten. Na overleg met zowel de leveranciers als experts van verzekeraars is een aantal voorwaarden opgesteld waaronder ionisatietechnieken weer veilig te gebruiken zijn.

Voorwaarden

Het gaat om de volgende voorwaarden:

  • het systeem moet volgens de richtlijnen van de fabrikant zijn geïnstalleerd en mag geen afwijkingen hebben;
  • het systeem moet door hiervoor opgeleide mensen zijn geïnstalleerd;
  • het systeem moet ingebouwde vlamboogdetectie hebben of uit een door de leverancier goedgekeurde combinatie bestaan;
  • er moet een veilige afstand zijn tussen het systeem (inclusief bekabeling) en brandbare oppervlakten, zoals het isolatiemateriaal;
  • het systeem moet volgens de specificatie en frequentie van de leverancier worden schoongemaakt;
  • na installatie van het systeem dient de vergunninghouder over een opleveringsdocument te beschikken, waarin wordt verklaard dat aan bovenstaande voorwaarden is voldaan.

Daarnaast geldt specifiek voor het systeem met negatieve ionisatie d.m.v. coronadraden met 40 emitters per meter (BWL2020.04) dat het systeem voorafgaand aan het opnieuw aanzetten gereinigd moet worden. Om storingen bij de systemen te voorkomen, wordt geadviseerd om de systemen pas na reiniging opnieuw in gebruik te nemen.

Gevolgen subsidie Sbv-investeringsmodule

De veehouders die via de Sbv-investeringsmodule subsidie hebben ontvangen voor het toepassen van deze technieken, worden over de genoemde maatregelen geïnformeerd. Met het treffen van mitigerende maatregelen zijn er geen gevolgen voor de verleende subsidie.