De minister van LNV erkent dat de late afronding van het Nationaal Strategisch Plan voor een beperkte tijd zorgt in de voorbereiding naar de transitie die het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) beoogt. Daardoor is onzekerheid en zorg ontstaan bij boeren en collectieven (ANLb). De minister wil daarom het jaar 2023 zien als leerperiode. Waar het kan wil hij meedenken met de boeren en oplossingen zoeken ingeval de aanpassingen in het GLB-stelsel of de late voorbereiding erop voor problemen zorgen.

De minister doet de volgende toezeggingen voor het jaar 2023:

  • In het eerste jaar zullen bij het niet voldoen aan nieuwe voorwaarden of nieuwe GLMC’s in principe waarschuwingen worden gegeven en volgen geen sancties.
  • Met het indienen van de Gecombineerde opgave (uiterlijk 15 mei 2023) staat het maximaal op te geven areaal vast, maar de definitieve aanvraag wordt in oktober gedaan. Aanpassingen blijven tot dan mogelijk. Als aangemelde activiteiten niet worden uitgevoerd, kan de boer deze activiteit zonder sanctie intrekken. De boer krijgt vervolgens uitbetaald voor alle oppervlakte, waarvan door de RVO.nl geconstateerd is, dat die aan de subsidievoorwaarden voldoet. Er wordt dus betaald voor daadwerkelijk uitgevoerde activiteiten, wat kan betekenen dat de uitbetaling lager is dan de oorspronkelijke aanvraag.
  • Administratieve fouten in het aanvraagproces kunnen worden hersteld tot 30 november 2023 zonder dat sprake is van sancties. Mocht er onverhoopt toch een onjuiste oppervlakte aangevraagd worden, dan heeft dit geen sanctie tot gevolg. De al decennia toegepaste sanctie wegens het onjuist intekenen van percelen wordt per 1 januari 2023 afgeschaft.
  • Bij het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) wordt bij het sanctieregime ook van hetzelfde principe uitgegaan, dat er wordt uitbetaald voor het beheer, dat een collectief heeft uitgevoerd. Daar waar het beheer niet is uitgevoerd, leidt dat niet meteen tot een extra korting op een betaling. Bijstellingen zijn nog tot medio 2023 mogelijk.
  • Bij de eco-regeling wordt in 2023 de instapeis eenmalig verlaagd voor biodiversiteit en landschap (zie artikel ‘Eco-regeling: verschillende punten en waardes per regio’ d.d. 8 november 2023).
  • In 2023 hoeft op de bufferstroken vanuit het GLB (GLMC 4) geen ander gewas te staan dan de hoofdteelt op het perceel. De nu geldende teeltvrije zones (activiteitenbesluit milieubeheer, waar variatie verplicht is) blijven van kracht. In sommige gevallen zullen in het kader van het GLB bredere bufferstroken aangehouden moeten worden. In dat geval mag de hoofdteelt wel staan op het gedeelte waar de bufferstrook breder is. Er mogen dan echter geen gewasbeschermingsmiddelen en mestplaatsing toegepast worden, beweiding is wel mogelijk. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan bufferstroken die reeds zijn ingezaaid.
  • Er wordt soepeler omgegaan met de nieuwe voorwaarden voor GLMC 6 (minimale bodembedekking), die de biodiversiteit moeten bevorderen. Hieraan zullen wij in een apart artikel aandacht besteden.