Jonge landbouwers, die kort na de start of overname van een land- of tuinbouwbedrijf extra willen investeren om het bedrijf duurzamer te maken maar te weinig eigen vermogen hebben om extra financiering te krijgen, kunnen vanaf dit jaar een beroep doen op het Vermogensversterkend Krediet (VVK). Een VVK-lening kan binnen drie jaar na de start of overname afgesloten worden. De lening wordt achtergesteld bij andere leningen en hoort daarmee tot het aansprakelijk vermogen van het bedrijf. Bij het VVK betaalt men een provisie van 1% over de lening. De overheid staat voor 90% van de lening borg.

De investeringen moeten aansluiten bij de toetsingscriteria in de visie Waardevol en Verbonden van het ministerie van LNV. Het VVK ondersteunt niet de financiering van de start of de bedrijfsovername zelf: het bedrijf moet in zichzelf voldoende perspectief hebben om zonder aanvullende hulp voort te bestaan. Het gaat om de prikkel bij de start of overname extra verbeteringen of vernieuwingen te realiseren. Om te voorkomen dat het VVK een prijsopdrijvend effect in de markt heeft op agrarische grond en productierechten, is borgstelling bij financiering van dergelijke investeringen met een VVK uitgesloten.

Men kan het VVK niet zelf aanvragen. Als men een lening aanvraagt bij de bank of een financier, kan men aangeven interesse te hebben in het VVK. De geldverstrekker bepaalt of dit gebruikt kan worden en regelt de aanvraag bij RVO.nl.